Hoe neemt een filosoof afscheid van… haar moeder? (longread deel II)
Saskia Markx

Hoe neemt een filosoof afscheid van… haar moeder? (longread deel II)

Eerder schreef ik over filosoof Daan Roovers, en hoe zij afscheid nam van collega filosoof en Denker des vaderlands René Gude. Haar moeder, supervitaal overleed, in tegenstelling tot Gude, totaal onverwacht. Ze had die dag nog 20 km geskatet en 30 km gefietst. Welke troost biedt filosofie? “Met mijn moeder kon ik heel goed feestvieren.”

Roovers vertelt aan haar keukentafel openhartig over de dood van haar broer die achttien was toen hij verongelukte. Zij was toen tien, nog gelovig en vastbesloten pastoor te worden, 'omdat ze iets voor mensen wilde betekenen'. De kerk was een vanzelfsprekend onderdeel van het leven in Brabant. Ze ging medicijnen studeren, maar daar kwam de filosofie bij. Welke troost bieden filosofen en wie zijn dat? Ik leg het Roovers voor.

Ben je God gaandeweg ergens kwijtgeraakt?

Ja. Ik ben naar de kerk gegaan tot mijn 18e, dat moest bij ons thuis. Ik zat ook bij een jongerenkoor. Daar zaten allemaal jongeren die het niet zo nauw namen met het geloof en gewoon na afloop gezellig samen naar de kroeg gingen, net als ik. Ons moeder zei altijd: 'Ach de pastoor gelooft er zelf ook niks van.' Het is gewoon meer een gemeenschap, een dorp een kerk… Maar, eerlijk gezegd als je moeder dood gaat, doet de kerk wel zijn werk.

Op welke manier?

Omdat alles zijn vaste plek heeft. Van mij is een broer verongelukt, in 1981 toen ik nog heel jong was. Dat was verschrikkelijk. Een kerngezonde jongen, van het ene op het andere moment dood, weg. Hij is begraven in onze kerk door een pastoor, die toen heel jong was en door de begrafenisondernemer die net in het bedrijf van zijn vader was gekomen en ook heel jong was. Een half jaar geleden, toen mijn moeder stierf, hebben we dezelfde pastoor gebeld, die was net met pensioen, en die begrafenisondernemer die was er gewoon nog. Ik vond dat eerlijk gezegd heel prettig. Het had voor mij iets troostrijks: ze kwam niet alleen in dat graf en wij hadden die tocht al eens gemaakt, met diezelfde mensen. En het hele dorp loopt uit. Het verschil tussen privé en publiek ligt wat anders in Brabant, denk ik. Begrafenissen zijn zelden besloten; ze zijn openbaar. Ik vind dat mooi.

Als jij nadenkt over de dood, doodgaan, sterven, afscheid, levenseinde, welke filosofen komen er dan in jouw hoofd op?

Heidegger daar kan ik niet omheen, Nietzsche misschien en ook trouwens Roman Krznaric. Dat is een Britse filosoof die heeft net een boekje geschreven, Carpe Diem. Carpe Diem, dat hoort gek genoeg heel erg bij nadenken over doodgaan. Hij schrijft daar heel leuk en waardevol over, ook op een manier waardoor ik me er makkelijk toe kan verhouden. In die zin dat dood een belangrijk aspect is van het leven, ook al staat die niet echt aan de deur te kloppen.

Dat je er op een hele zinvolle manier vorm aan kunt geven: je moet een keer gaan zitten nadenken over dat je dood gaat.

Wat schrijft deze filosoof over de dood dat jou aanstaat?

Hij zegt en dat herken ik, dat de dood een soort moment is dat je reflexief maakt. Waardoor je het script van je leven op een bepaalde manier kunt schrijven en herschrijven. Dus als er iemand doodgaat zoals René (Gude) of mijn moeder, dat zijn van die momenten die een zekere reflectie uitlokken en een zekere vitaliteit overigens, die je een kans geven om opnieuw de dingen tegen het licht te houden.

Hij heeft er allerlei gedachtenexperimenten bij. Bijvoorbeeld dat je jezelf goed moet voorstellen dat je doodgaat en dat je dan allemaal andere versies van jezelf tegenkomt. Dus jezelf als je wel bent weggegaan bij die partner, of jezelf als je die baan altijd hebt gehouden, scenario's waarin je andere keuzes had gemaakt.

Je noemde ook Heidegger en Nietszche, kun je over hen ook iets kernachtigs zeggen?

Heidegger natuurlijk met zijn Sein zum Tode. Heidegger is heel zwaar en mismoedig lijkt het soms, maar eigenlijk is het toch heel fundamenteel wat hij zegt:

Wij mensen zijn vanaf het moment dat we geboren worden oud genoeg om dood te gaan.

Dat vind ik wel een hele zware gedachte, want ik denk dat er van een dood van een kind niks te maken valt, maar van de dood van een oudere natuurlijk wel. Daar kun je je om die reden toch beter mee verzoenen. De wetenschap dat wij naar de dood toe bewegen, dat die er aan het einde zal zijn, die is ook troostrijk. Vooropgesteld dat dat niet op je 18e gebeurt.

Wat vind je daar troostrijk aan?

Dat het iedereen overkomt. Dat het onontkoombaar is. En misschien is het ook wel fijn. Het is ook wel zo wat René al zei:

Het is ook wel een hoop gedoe het leven

-René Gude-

Al is dat niet de fase waarin ik nu verkeer.

Het gaat bij Heidegger over authenticiteit, Eigentlichkeit, dat je daar in je leven rekenschap van geeft. Ik weet niet helemaal wat dat betekent. In ieder geval niet dat je de dood de hele dag recht in zijn ogen moet kijken. Maar je kunt het ook niet helemaal weglaten. Je moet toch steeds die gedachte op de een of andere manier een klein beetje toelaten.

Nietzsche noem ik om twee redenen.

  • Omdat hij de filosoof van de vitaliteit is

Dat vind ik ook altijd wel bij de dood horen, iemand gaat dood en ik ben NIET dood. Dat voel ik dan enorm, dat ik niet dood ben, dat ik leef, gezond ben, vitaal en allerlei dingen kan. Dat schept verplichtingen.

  • En zijn idee van de eeuwige wederkeer

Dat is een beetje hetzelfde als het gedachtenexperiment van Carpe Diem: wat als je leven zoals het nu is, voor altijd door zou gaan elke minuut, elke seconde. Als de zandloper van de tijd iedere keer weer omgedraaid zou worden zou je het dan uitschreeuwen van ellende?

Die gedachte begeleidt mij met enige regelmaat op dezelfde manier als wat Heidegger zegt:

Misschien is de beste manier van leven wel dat je op elk moment in zekere zin klaar bent om dood te gaan.

Dat er zo min mogelijk onaffe eindjes of valse paden inzitten. Dat moet je zien te vermijden, denk ik. Mij spreekt aan en dat doet Roman Krznaric ook, om die Carpe Diem filosofie terug te brengen naar het alledaagse leven. Dat betekent veel meer dan 'haal alles eruit wat erin zit', het gaat veel meer om een zoektocht naar een soort Eigentlichkeit.

Was dat ook zo bij de dood van je moeder?

Ja de dood van mijn moeder gaf me de kans om de stand op te maken van waar ik zelf ben in het leven. En wat ik van waarde vind. We hadden meer tijd gewild, maar er waren geen echt 'onaffe' gesprekken. Er zijn heel veel verschillende verhalen over moeders en dochters in de wereldliteratuur, maar de manier waarop ik met mijn moeder omging, die kom ik niet zo tegen.

moederdaanenzoonintekstdef.jpg

Hoe was die dan?

Vrij typisch denk ik. Wel een goeie band, maar toch is mijn dagelijkse leven niet heel sterk veranderd door de dood van mijn moeder. We waren niet super close; we spraken elkaar echt niet dagelijks. Maar ik kon heel goed feesten en carnaval vieren met mijn moeder, en dat is heel bijzonder.

De dood van je moeder doet jou nadenken wat voor jou van waarde is. Waar kom je dan op uit?

Het meest abstracte antwoord dat ik je daarop kan geven is liefde, kunst en kennis.
Hoe je omgaat met je geliefden, je vrienden. Je hart staat meer open ook voor andere mensen. Bijvoorbeeld voor de vriendinnen van mijn moeder. Die kende ik wel, maar daar zou ik anders nooit een één-op-één band mee hebben. Dat ontstaat nu wel met sommige van hen en dat vind ik ook leuk. Dat is van belang.

Kunst is muziek in dit geval. Mijn moeder en ik hadden een gezamenlijke muzieksmaak, een vrij banale overigens, ik weet niet eens of dat kunst mag heten: Nederlandstalige muziek. Daar heb ik de eerste drie maanden niet naar kunnen luisteren, maar nu merk ik dat ik dezelfde spotify playlist steeds weer afluister. Met veel accordeonmuziek.

Kennis is voor mij filosofie, en dat heeft met mijn moeder niet veel te maken. Als ik Hannah Arendt lees, hoef ik nooit aan mijn moeder te denken. Maar onlangs was ik naar een feest in de Rode Hoed en daar zat ik in een bandje met mijn accordeon. Dat was een ontzettend leuk feest en de dag erna dacht ik, enigszins brak, aan mijn moeder. Dat was een soort nieuwe fase en dat bedoel ik ook met die vitaliteit: zij is dood, maar ik ben níet dood. Ik kan nog wel het leven vieren. En dat kan ik eigenlijk best goed. Heb ik van haar geleerd.

Zelf verder lezen?

Nietzsche, De vrolijke wetenschap; Arbeiderspers, 2003

Heidegger, Zijn en tijd, Sun Uitgeverij, 1999

Roman Krznaric, Carpe Diem, Ten Have, 2017

Over de auteur

Saskia Markx is als marketing- en communicatiemedewerker verbonden aan het Humanistisch Verbond, deed de premaster Humanistiek aan de Universiteit voor Humanistiek en werkt als eindredacteur aan Lifestream.

Photocredits: Privécollectie Daan Roovers

Lifestream plaatst functionele -, analytische- en advertentie cookies, voor een goed functionerende website, gepersonaliseerde dienstverlening en advertenties. Zie ons privacy statement voor meer informatie.

Ja, ik accepteer cookies Nee, liever niet