Hoe neemt een filosoof afscheid van… een filosoof? (longread deel I)
Saskia Markx

Hoe neemt een filosoof afscheid van… een filosoof? (longread deel I)

Ik ga het niet droog houden hoor, waarschuwt filosoof Daan Roovers, als ik haar vraag of ze met me wil praten over de dood van filosoof en ooit Denker des Vaderlands René Gude. Gude was niet alleen een collega maar ook een diepe vriend. “Eindeloos over filosofie kletsen. Dat ging gewoon door,” zegt ze terwijl inderdaad regelmatig de tranen over haar wangen lopen.

Het heerlijkste wat er is, vind ik. Praten over het leven, terwijl de dood op de agenda staat. Met af en toe een privécollege over de vraag wat filosofie brengt aan inzichten en teksten die troosten. En dat allemaal aan de keukentafel van Roovers, met lekkere koppen koffie en een komen en gaan van belangrijke denkers, variërend van dode uit de Griekse oudheid tot hedendaagse levende.

Op belangrijke momenten ertoe doen

Daan Roovers (1970) komt uit Brabant en 'dat is misschien wel van belang voor waar we het over gaan hebben, afscheid nemen en hoe dat allemaal gaat'. Ze studeerde medicijnen en filosofie. Filosofie met veel plezier, medicijnen vond ze saai. "Ik heb het wel afgemaakt, omdat ik iets wilde iets betekenen voor mensen.

Ik wilde er op belangrijke momenten toe doen.

Sterker nog, toen ik heel klein was, wilde ik eigenlijk pastoor worden. Dat was mijn grootste wens. Want we gingen in Brabant iedere zondag naar de kerk. Daar was dan de pastoor en iedereen luisterde naar hem en dan dacht ik aaah dat wil ik later ook."

Maar de filosofie bleek eindeloos veel interessanter en het was dan ook niet zo gek dat ze als stagiair bij Filosofie Magazine (FM) terechtkwam. En daar bleef ze hangen. En kwam ze René (Gude) tegen en Erno (Eskens, nu directeur van de ISVW). Drie filosofen met een missie: filosofie betekenisvol maken voor de rest van de wereld. "Dus mijn missiekarakter heb ik gewoon overgezet in mijn filosofische werk."

Ben je nu aan het tranen van verkoudheid, of huil je van emotie?

Nee, ik ben een ontzettende huilebalk. Gewoon doorpraten, niks van aantrekken. Ik ben echt heel erg.

Je kent René Gude vanuit je FM tijd?

Ja, ik heb heel lang, dag in dag uit met hem op één kantoor gezeten. We zaten natuurlijk de hele dag te kletsen, over proefschriften, afstudeerscripties, we hadden een leesclub, maakten muziek. We gingen zelfs op vakantie met de redactie, het kon niet op.

rene en daan in tekst.jpg

En toen kreeg René kanker...

Eerst brak hij zijn been. Maar na vier of vijf maanden was daar toch de diagnose botkanker. De prognose was eerst nog wel redelijk, maar die werd in de loop der jaren steeds slechter. Dat wat begon met het afzetten van zijn been, waarmee hij heel goed kon omgaan en waar zich vrolijk overheen zette, maar eindigde na vele operaties en behandelingen met de wetenschap dat hij zijn pensioen niet zou halen.

Hoe was dat voor jou als vriend?

Ik geloof dat ik juist omdat ik er dicht bovenop zat, niet zo ver vooruit keek. Ik zag dat veel mensen die wat verderaf stonden allemaal heel snel gewend waren aan het idee dat hij dood zou gaan. Veel sneller dan ik. Ik heb me daar eigenlijk tot de laatste dag niet bij neergelegd.

Een uitspraak van René was dat hij het beest recht in de bek wilde kijken. Betekent dit dat jij het beest liever niet in de bek kijkt?

Nou dat deed ik wel eens natuurlijk, maar nooit zo heel lang. Hij was voor mij zo dierbaar en stond zo dichtbij… ik kon de gedachte dat hij er niet meer zou zijn gewoon niet aan, denk ik. De vriendschap veranderde wel; ik zat ook vaak bij zijn bed terwijl hij lag te slapen – dat doe je normaal gesproken niet zo snel. Het is natuurlijk ook zo dat als je iemand vaak ziet, heb je het wel af en toe over die dood, maar daarna ga je het gewoon weer over de filosofie hebben of over de kinderen, of over wat er in de krant staat. Wat ik bijzonder vind is dat die gesprekken doorgingen tot de laatste dag. De dag voor zijn dood hebben we het nog uitgebreid gehad over Descartes. En dat wilde hij ook; dat is niet uit een soort ontkenning. Vier dagen daarvoor was ik bij hem op bezoek samen met Bert Keizer en hadden we het over de dood. Natuurlijk wisten we dat die eraan kwam.

Hoe heb jij gekeken naar de manier waarop René afscheid nam van het leven?

Dat was wel spectaculair natuurlijk. Tegelijkertijd werd het een beetje spannend, omdat de belangstelling over zijn ziekte ging, terwijl René zelf het liefst gewoon bezig wilde zijn met zijn vak, filosofie en daarover wilde praten. Ik vond het dus spectaculair en mooi om te zien hoe hij eigenlijk ook precies dezelfde bleef wie hij was.

Wie dan?

Nou iemand die eindeloos over filosofie kon kletsen. Dat ging gewoon door. Ook bij al die interviews over de dood, die gingen uiteindelijk toch over de Stoa of Aristoteles. Over wat je dan hebt aan filosofie bijvoorbeeld.

Wat had hij aan filosofie en welke filosofie?

Hij vond dat je verstand je niet in de weg moet zitten. Dat je je enerzijds niet laat lamleggen en wanhopig wordt, omdat je denk ik ga dood dus alles heeft geen zin meer en anderzijds niet doet alsof er niets aan de hand is, omdat je denkt nou pffff ik moet nog zien of ik er echt aan dood ga. Dus filosofie hielp hem om een beetje die twee kliffen van uitersten te omzeilen en een beetje een realistisch beeld op zijn situatie te houden.

-Luister en kijk hier het mooie interview van Wim Brands met René Gude terug-

Welke filosofen, ideeën - je noemde Descartes en Aristoteles al - waren hem daarbij behulpzaam denk jij?

Hij had het zelf op het laatst over Pyrrho van Elis, een vrijwel vergeten oude Griek, die ken ik eigenlijk niet zo goed. Hij is de grondlegger van het scepticisme en dat gaat erover dat elk oordeel altijd voorlopig is. Dus dat je dingen niet zeker weet en toch moet handelen, toch in het leven moet staan. Dat paste heel erg bij zijn situatie van ik ga dood, maar ik weet niet precies wanneer.

De Stoa ook wel, en dan vooral zijn interpretatie van de Stoa. Stoa staat bekend om de idee dat je je emoties in toom moet houden.

Maar Renés interpretatie, en ik voel daar wel voor, is dat de Stoa zegt dat je met je verstand de wereld zo goed mogelijk moet beschouwen en dat je je emoties hun werk moeten laten doen, hun gang moet laten gaan, zonder ze oneigenlijk in de weg te zitten of op te wekken.

Dus volgens de Stoa kun je ook heel oneigenlijk lang vasthouden aan bepaalde emoties. Jaloezie is daar een goed voorbeeld van: je houdt het zelf kunstmatig in stand. Volgens de Stoa hebben die emoties een soort natuurlijk beloop: dat ze in het begin heel hevig zijn, het verdriet dat iemand doodgaat, of de pijn als er iets gebeurt, en vervolgens zwakken die emoties van nature een beetje af. Daar had René het ook vaak over in zijn theorieën over doodgaan.

Dat klinkt wel heel mooi. Daar heb je iets aan.

Ja, daar had hij ook echt iets aan.

Jij ook?

Ja, ik ook wel. Ik vind eigenlijk het mooiste beeld en volgens mij heeft hij dat helemaal zelf ontwikkeld, dat is dat idee van het roeibootje. Dat is van hemzelf, dat zou ik niet van de geschiedenis van de filosofie kunnen terug herleiden.

Dus dat je in zo'n situatie niet meer in een speedboot te toekomst tegemoet gaat, met je blik op oneindig, maar in een roeibootje, dus met je rug naar de toekomst je leven overziet en dat heeft hij zelf ook gedaan.

Dat is natuurlijk fenomenaal. Ik zag dat wat er het laatste jaar gebeurde, een soort oogsten was van wat al zijn denkwerk van de decennia daarvoor. Dat had ook niet kunnen gebeuren, maar dit gebeurde wel en hij genoot daar enorm van.

Op welke vragen zocht hij een antwoord in de filosofie?

René was altijd bezig met hoe hou ik het uit met de wereld, met mezelf. Hoe blijf ik staande zonder mezelf of mijn omgeving geweld aan te doen? Hoe krijg ik dat voor elkaar? Welke fouten moet ik dan niet maken? Dus dat is allemaal toch een soort humeurmanagement, niet al te zweverig, maar meer: aan welke ideeën heb ik dan wat. Je wilt tijdens je leven al niet, maar je wilt al helemaal niet aan het eind van je leven verbitterd raken of teleurgesteld of depressief, dat moet je allemaal voorkomen. En daar moet je wel enig werk voor verzetten denk ik.

Heb jij daar iets van geleerd?

Ja, wat ik ervan geleerd heb is en wat ik ook het mooie vond, en wat hij zelf ook benoemde, is dat zijn leven eigenlijk niet zoveel veranderde in het zicht van de dood. Geen paniek, geen wrok, niet veel spijt. Wel verdriet. En ik zou hopen dat ik dat inderdaad zelf ook zo zou doen. En hoe sociaal hij bleef naar anderen en hoe open. Het moet nog maar blijken of ik er iets van heb opgestoken als het zover is. Maar nog veel belangrijker: misschien heb ik iets geleerd van zijn sterven, maar ik heb nog veel meer geleerd van zijn manier van leven. Van zijn gulheid en zijn vriendschap. Daar denk ik nog elke dag aan.

Zelf verder lezen?

Seneca, Of Consolation to Marcia, Createspace Independent Publishing Platform, 2015

Rene Gude, Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het, ISVW Uitgevers, 2014

Descartes, Meditaties, Boom, 1989

Kijk verder

Kijk vooral ook het prachtige en laatste interview van Mathijs van Nieuwkerk met René Gude in De Wereld Draait Door.

Over de auteur

Saskia Markx is als marketing- en communicatiemedewerker verbonden aan het Humanistisch Verbond, deed de premaster Humanistiek aan de Universiteit voor Humanistiek en werkt als eindredacteur aan Lifestream.

Photocredits: videostill uit Stand up Philosophy

Lifestream plaatst functionele -, analytische- en advertentie cookies, voor een goed functionerende website, gepersonaliseerde dienstverlening en advertenties. Zie ons privacy statement voor meer informatie.

Ja, ik accepteer cookies Nee, liever niet